De regeringsvorming in Brussel zit volledig in het slop door de obstinate houding van de Parti Socialiste. Zij zijn op hun beurt gegijzeld door de houding van hun voorzitter Laaouej, die het voor het zeggen heeft in zijn fractie.
Laaouej beweert van zichzelf dat hij verlicht is, maar zijn dictatoriaal gedrag en zijn dictatoriale methodes die uit de tijd van de Kasbah lijken te stammen, spreken dit volledig tegen. Tegelijkertijd uit hij zijn Vlamingenhaat door te polariseren, waardoor er geen overleg kan plaatsvinden en er een volslagen impasse is ontstaan.
De zes opeenvolgende staatshervormingen hebben in het Brusselse gewest, net zoals in de federale regering, voor een fragiel machtsevenwicht gezorgd, als een onverdeelbaar globaal compromis ter bescherming van de toepasselijke minderheden in België en te Brussel. Wie durft te raken aan één van deze fundamentele schikkingen raakt aan gans de bevoegdhedenregeling van het tweelandenland België.
Dit lijkt Laaouej volledig te ontgaan, ondanks de hem toegedichte politieke kennis. Dit blijkt uit de kinderlijkheid van de “oplossingen” die de man nu reeds in drie fasen brutaal naar voor brengt, waarbij hij totaal niet gehinderd wordt door enige kennis van de grondwettelijke bepalingen terzake, noch zich bewust lijkt te zijn van de zwaarte van de beledigingen waarmee hij de Vlamingen, die generaties lang knarsetandend institutioneel “gegeven en toegegeven” hebben, telkens opnieuw schoffeert.
Het eerste voorstel van Laaouej hield in dat hij werken wou met de nieuwe, uitsluitend francofone, meerderheid bij de keuze van de Brusselse ministers. Rien ne plus simple! Vlaamse middens schoten wakker bij zo’n demonstratie van naïeve vermetelheid, en begonnen te reageren.
Onbekommerd om zijn ’vloeken in de kerk’ kwam hij schaamteloos met zijn volgende versie aandraven: een Brusselse regering bestaande uit enerzijds de nieuw verkozen Franstalige meerderheid maar aan Vlaamse kant samengesteld uit de Vlaamse parlementsleden van de voorgaande legislatuur. In politiek bewuste Vlaamse kringen begon het echt te dagen dat we met Laaouej een totaal onbetrouwbare en machtsbeluste politicus te doen hebben die de grondwet en toepasselijke wetgeving naar zijn hand wil zetten.
Een derde voltreffer debiteerde Laaouej in een vraaggesprek dat in de Standaard van 29 januari verscheen, over de kwestie van het door hem opgediste artikel, waarin nochtans ondanks zijn gespartel sprake blijft van een noodzakelijke meerderheid van Vlaamse zijde in de Brusselse regering. Hij fietst daar lekker omheen, en besluit dan met enkele hypothetische toestanden ’dat de franstaligen kunnen dwarsliggen op andere punten’, precies of we dat niet al heel lang weten.
De voortreffelijke interviewers doen daarna hun best om te wijzen op de huizenhoge verantwoordelijkheid van de PS bij de buitenproportionele Brusselse schuldenlast. Dat glijdt van hem af als water van de pels van een otter. Na decennia van laisser-faire-beleid is het nu ineens allemaal dringend, moet er een noodregering komen, moet er gestemd worden over voorlopige twaalfden.
Eerlijk gezegd en elders gezwegen: dat van die voorlopige twaalfden is misschien nog niet zo’n slecht idee. Dat houdt voorlopig toch nog enigszins de knip op de portemonnee. De vraag is wie dan na de herstellende Sven Gatz de gewestfinanciën in het oog zal blijven houden.
Maar we eindigen met de zinsnede uit de mond van Laaouej die verder in de krant geblokletterd staat: ”Ik zal nooit anti-Vlaams racisme toelaten.” Dit terwijl gans zijn houding in verband met representatief verkozen democratische vertegenwoordiging het tegengestelde bewijst!
Patrick Proot
ai. Voorzitter Vlavrij
Een reactie achterlaten